1. SNOWBOARDSTIJLEN:

1.1 FREERIDE/ ALPINE RACE

Freeride en Alpine Race snowboards zijn meestal langer en hebben een directionele vorm. Dit wil zeggen: geen twintip maar één kant  van het board staat omhoog waardoor je echt een voor- en achterkant van je snowboard hebt. Je zult meer drijfvermogen in de sneeuw hebben door de plaatsing van de bindingen. Deze is namelijk meer naar achteren van het snowboard. De bindingspositie vermindert de druk die je moet uitoefenen op je achterste been.

Kenmerken:
– Voor snelheid en buiten de piste
– Meestal een directional board
– Meestal langer dan Freestyle boards
– Meer drijfvermogen in poedersneeuw

1.2 FREESTYLE

De meeste freestyle snowboards worden gekarakteriseerd door hun symmetrische vorm met een gecentreerde bindingspositie en een nose en tail die even lang zijn. Je kunt het board net zo gemakkelijk voor- als achteruit besturen. Een snowboard voor de gehele berg,  van piste tot off-piste, van funpark boxen en rails tot schansen. De freestyle snowboards zijn wat flexibeler dan Alpine snowboards, waardoor ze ook interessant zijn voor beginners.

Kenmerken:
– Tegenwoordig is bijna alles freestyle
– Symmetrische vorm
– Twintip
– All-Mountain

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. SNOWBOARD PROFIEL

Als we het hebben over profiel soorten, dan bedoelen snowboarders de verschillende voorspanningen van boards. Het board ligt, afhankelijk van het profiel, anders op de sneeuw. Er wordt onderscheid gemaakt tussen grofweg vier verschillende vormen:

  • Camber,
  • Rocker,
  • Flat, 
  • Hybrid.

2.1 CAMBER

Vele jaren was er alleen maar de camber met twee contact punten aan de uiteinden van het snowboard, dicht bij de nose en tail en een positieve voorspanning daartussen. Dit profiel biedt veel stabiliteit, agressiviteit en een goede kanten grip. Echter, met een camber profiel verkant je sneller dan met andere profielen.

Voordelen:
– Veel grip
– Er kan veel kracht uitgeoefend worden op het board
– Meer controle op hoge snelheid

Nadelen:
– Verkant sneller
– Minder vergevingsgezind
– Meer kracht nodig om te sturen

Geschikt voor:
– Gemiddelde en ervaren snowboarders
– Snelheid op de piste
– Ijzige pistes


2.2. ROCKER

Toen de rocker gelanceerd werd, was dat revolutionair. Het contact gebied verschoof naar het midden van het board tussen de nose en tail. Het resultaat was een makkelijk te besturen board. Hoe langer de rocker is, hoe gemakkelijker het is om het board te draaien. Een rocker die beperkt is tot de nose en tail zorgt voor meer stabiliteit. Ook geeft het board meer drijfvermogen heeft in de poeder sneeuw.

Voordelen:
– Vergevingsgezind
– Draait makkelijker
– Meer drijfvermogen

Nadelen:
– Minder grip op stijlen of ijzige pistes
– Minder controle op hoge snelheid

Geschikt voor:
– Beginners
– Freestylers
– Off-piste snowboarders


2.3 HYBRIDE

De laatste vernieuwing in de snowboard industrie is een slimme mix tussen camber en rocker profielen. Deze combinatie van beide werelden probeert een uitgebalanceerd rij-gevoel te creëren. Er zijn in principe drie verschillende variaties:

  • Flat Snowboards met rocker elementen aan de uiteinden,
  • Camber boards met rocker in de nose en tail, en
  • Rocker Boards met camber secties onder de bindingen.

Het komt allemaal neer op persoonlijke voorkeur. Zelfs met de verschillende voor- en nadelen is het mogelijk om een camber in de poeder te rijden en een rocker voor de race. Er zijn geen vaste regels, aangezien zelfs pro’s deze aanbevelingen soms negeren.

3. SNOWBOARD VORM

Als je een board van boven bekijkt, dan zie je een bepaalde vorm. De nose en tail kunnen gelijk gevormd zijn, zoals bij een twintip of verschillend zijn zoals bij een directioneel board.

  • Twintip,
  • Directioneel 

3.1 Twintip

Een twintip board heeft een compleet symmetrische vorm. De nose en tail hebben precies dezelfde vorm en de board rijdt precies gelijk voor- en achteruit. Dit geldt ook voor de taillering en flex: deze zijn gelijk voor het gehele board. Deze vorm vindt je meestal in freestyle boards. Het maakt niet uit in welke richting je de bindingen monteert, het rijgevoel zal niet veranderen.

Kenmerken:
– Symmetrische nose en tail,
– Geen verschil voor- of achterkant.


3.2 DIRECTIONEEL

De nose is bij deze vorm wat langer dan de tail. De taillering en flex zijn naar achteren verplaatst, zo ook de plaatsing van de bindingen. Dit geeft het board meer manoeuvreerbaarheid, stabiliteit en drijfvermogen. Met deze vorm kun je op ieder soort terrein snowboarden. De echte voordelen van deze vorm worden echter pas duidelijk bij het carven en het maken van bochten. Deze vorm is perfect voor iedereen die zich niet wil beperken tot alleen freestyle.

Kenmerken:
– Asymmetrische nose en tail,
– Duidelijk verschil voor- of achteruit snowboarden.

4. DE BREEDTE VAN HET SNOWBOARD

Zelfs als de lengte van het board de meest belangrijke beslissingsfactor is, is de breedte van het board op zijn minst even belangrijk. Kleine voeten hebben een smal board nodig en grote voeten een breed board. Vanaf maat 45 moet je gaan kijken naar een breed board (wide edition board), die speciaal gemaakt worden voor grotere voeten.

Omdat ieder merk zijn eigen interpretatie heeft van het concept “wide”, is het belangrijk om de midden breedte of “waist width” van het board te checken. De breedte die nodig is hangt ook af van factoren zoals de hoek van de binding en van je schoenen. Veel merken hebben de zool lengte van schoenen korter gemaakt, zodat mensen met grote voeten niet altijd een wide board hoeven te kiezen.

Vuistregel
1.
Een maatstaf is hier de mondo point schoenmaat: het smalste deel in het midden van het snowboard is niet breder dan je mondo maat min 2-3 centimeter.
2. Je spreekt grofweg over een wide edition snowboard als het smalste gedeelte breder is dan 26 cm.

Natuurlijk, je persoonlijke voorkeur en waarvoor je het board wilt gebruiken zijn ook belangrijke factoren om rekening mee te houden. Brede boards zijn bijvoorbeeld stabieler bij landingen en hebben meer drijfvermogen in de poeder aangezien het oppervlakte groter is. Maar het kost echter meer kracht om het board op de kant te krijgen. Smallere boards zijn agressiever, makkelijker om mee te carven (zolang ze niet te smal zijn) en makkelijker om op de kant te krijgen.

Kenmerken smal/ normaal snowboard
– Agressiever
– Makkelijker mee te carven
– Makkelijker op de kant te krijgen

Kernmerken breed, “wide“ snowboard
– Stabieler bij landingen
– Meer drijfvermogen

5. DE LENGTE VAN HET BOARD

Dat het board tot je kin moet komen klopt niet altijd. Wij zullen je vertellen welke factoren echt belangrijk zijn en hoe je de juiste lengte van je nieuwe board vindt. Hier zijn vier punten waarmee je bij je keuze rekening moet houden:

  • Gewicht,
  • Lengte,
  • Gebruikersterrein, en
  • Persoonlijke voorkeur.

De meeste merken geven aan voor welke gewichtsklasse een board geschikt is. De kin als richtlijn is in de meeste gevallen juist, maar een iets langer of korter board is geen probleem. Langere boards zijn stabieler terwijl kortere boards normalerwijze gemakkelijker te manoeuvreren zijn. Als je stevig gebouwd bent moet je een iets langer board nemen, als je licht gebouwd bent kun je een wat korter board nemen.

Hier is een grove richtlijn om je te helpen de juiste lengte te kiezen.

Snowboard maattabel:
Lichaamslengte | Snowboard lengte
147 cm                            128 – 136 cm
152 cm                            133 – 141 cm
158 cm                            139 – 147 cm
163 cm                            144 – 152 cm
168 cm                            149 – 157 cm
173 cm                            154 – 162 cm
178 cm                            159 – 167 cm
183 cm                            160+ cm
188 cm                            160+ cm
193 cm                            160+ cm

6. EFFECTIEVE KANTEN LENGTE

De effectieve kanten lengte slaat op het gedeelte van de kant dat in contact is met de sneeuw als je een bocht maakt. Een korte effectieve kant (rocker) maakt het board gemakkelijker te manoevreren, maar ook minder controleerbaar op hoge snelheid. Een langere effectieve kant (camber) geeft het board meer controle maar men heeft meer kracht nodig om het board te sturen.

 

7. FLEX

De Flex geeft aan hoe stijf of flexibel het board is. Freestyle boards zijn zachter en beter geschikt voor beginners omdat het gemakkelijker is om bochten te maken. Ook zijn Freestyle snowboard flexibeler waardoor ze gemakkelijker fouten bij de landing of op rails vergeven. Alpine Carving snowboards hebben vaak een harde flex voor snelheidsduivels. omdat de krachtoverdraging heel precies moet zijn. Hoe zwaarder je bent, hoe stijver je board zou moeten zijn. De flex wordt aangegeven in cijfers van 1 voor zacht tot 10 voor hard.

 

BEKIJK ALLE SNOWBOARDS ←